De Ouders van Ria

“De ouders van Ria” is een column van Ria (pseudoniem) die gebaseerd is op gesprekken langs de lijn aan het voetbalveld met ouders van Pusphairanen. Spelers en ouders blijven anoniem, maar daar wordt het leesplezier niet minder van.

Geen Koos, Marianne, Jan of Rita – 4 oktober 2020

Daar staan we dan, in een erehaag op het veld voor de aftrap, netjes op minimaal anderhalve meter van elkaar. Het is de week van de scheidsrechter en die wordt bij opkomst dan ook geëerd. Een wedstrijd zonder scheidsrechter is als een wedstrijd zonder ouders: soms zou je misschien even willen dat ze er niet stonden, zeker als ze direct na een verloren wedstrijd een praatje willen maken, maar meestal is het fijn dat ze er zijn. Waar de scheidsrechters vandaag hopelijk op alle velden even schitterden, schitterden de supporters, en daarmee mijn geliefde gesprekspartners, in afwezigheid. De alom bekende Corona maatregelen verbieden supporters bij sportwedstrijden, dus moeten we het even zonder de prettige aanwezigheid van ouders doen.

Waar sommige clubs ineens een overvloed aan vrijwilligersklusjes voor ouders weten op te stellen, immers, die mensen mogen wel op de sportparken zijn, heeft Pusphaira het ‘geluk’ dat de club al heel veel vrijwilligers onder leden heeft. Voor Pusphaira geen materiaalman, kantinejuffrouw of grensrechterpapa die aansluit, en geen rij-ouders, of ouders met was-dienst: we moeten het nu even zelf doen, zonder supporters, maar met elkaar. Als assistent-coach en trainer hoor ik hoe ‘de bank’ het team aanmoedigt, want het fanatisme onder Pusphairanen is er niet minder om. Het leuke is dat je dat fanatisme vaak terug ziet in, juist ja, ouders. En het zijn diezelfde ouders die meestal ook de andere mooie kanten van Pusphaira belichten. “Mooi om te zien dat jullie zo’n mooie studentenclub hebben, waar het niet alleen om het niveau gaat, maar ook om het sociale stuk”. Het maakt me een trotse Pusphairaan.

Door de Coronamaatregelen moet ik het deze week doen met “je krijgt de groetjes van mijn ouders”. Geen trotse papa’s, voetbalmoeders, of worstenbroodjes in de derde helft, en geen gesprekken over, ja, eerlijk waar, koffiezetapparaten van Pusphairanen, vrienden van broers van Pusphairanen die een kleintje verwachten, stiltes in huis nu de Pusphairanen het ouderlijk nest verlaten hebben om op kamers te gaan in Eindhoven, en familiebezoekjes van Pusphairanen aan oma die uitgesteld worden omwille van Corona. Aan die ouders zeg ik: bedankt, en de groetjes terug, ik zie jullie binnenkort graag weer langs de lijn. Ik mis jullie eerlijke verhalen over jullie Pusphairanen. Of je nu in De Kuip, in de Arena, of achter het hekje van het knollenhoofdveld in Baarlo staat, zonder ouders is het toch anders.

Papa dag – 27 september 2o20

Vandaag sprak ik met een papa van een Pusphairaan in het Zuid-Limburgse, heuvelachtige Cadier en Keer. Het was duidelijk dat Cadier niet op zijn Frans uitgesproken moest worden: wat Limburgse zang in de uitspraak maakt de naam al kunstig genoeg. Hij kwam kijken bij zijn Pusphairaan die dit seizoen is toegetreden tot de groep wedstrijdleden van de Groen Blauwe. Hij komt regelmatig kijken, en is naar eigen zeggen groot fan, wat wordt bevestigd door het feit dat hij zelfs met zijn werkgever bij L1 (jawel, het nieuwsforum uit het zuiden des lands) het een en ander had kunnen schuiven zodat hij twee uurtjes het kantoor kon verlaten: toewijding noemen we dat! Afgelopen week lukte dat ook al, maar volgende week gaat het helaas niet want dan kan hij echt niet weg van kantoor, aldus de journalist. Vooruit dan maar, dan zien we je over twee weken weer.

Na een aantal jaren zelf trainer te zijn geweest van de speler komt hij nu gewoon lekker kijken. Als 17-jarige speelde de speler al in het eerste elftal wat tweede klasse speelt, maar kwam daarna in een team terecht waar het klassenverschil binnen het team groot was. Trots vertelt hij dat de speler in kwestie al vanaf jonge leeftijd voetbalt, maar dat hij dit nog niet eerder heeft gezien: “iedereen in het team kan voetballen, zelfs de backs! Daar is [speler] helemaal niet aan gewend, echt fantastisch.” Lekker tikken met de keeper, dat was nieuw.

Als vader in spe voorspelde hij: “ik krijg denk ik alleen maar dochters, en als er eentje gaat voetballen vind ik dat wel mooi”. Dat de chemie sterk is geeft een snel gesprek met de speler wel aan. “Als hij langs de lijn staat en ik loop zo het veld op ben ik toch wel wat zenuwachtig, ik wil het dan ook graag goed doen. Hij is er vaak bij, maar het blijft bijzonder.” Het is mij wel duidelijk dat de nieuwe studenten-afstand naar Eindhoven niks met deze ouder-kind band heeft gedaan, de gedeelde passie voor het spelletje blijft onverminderd groot.

Na mijn terugkeer in Eindhoven had ik nog de mogelijkheid om een half-drie-wedstrijdje mee te pikken. Wederom stond daar een trotse papa langs de zijlijn, maar ditmaal afgereisd vanuit een totaal andere plek van het land: Amsterdam. Hij maakte er gewoon lekker een dagje weg van, want het is inderdaad niet om de hoek. Een kopje koffie uit de kantine van de Woenselse Boys kon hem ook niet ontstemmen, want het enthousiasme van de vaderlijke supporter spatte er van af: “wat een mooie bal!”, “Dat is goed gedaan!”, “Oh wat goed zeg” en “Knap hé”, is zo maar een greep uit de kreten die ik rechts van mij hoorde uit de mond van een meelevende vader. Dat er uiteindelijk 2-0 op het scorebord stond stemde hem tevreden; hij was trots op zijn speler. Op naar de terugreis naar onze hoofdstad, “maar dat zal wel voor alle spelers gelden hier”. Er zit een kern van waarheid in: waar je als Pusphairaan ook vandaan komt, Herkenbosch of Amsterdam, afreizen naar de wedstrijd van je kind is altijd de moeite waard.